Nieuw bericht

‘Cultureel vastgoed is zaak van de gemeente’

geplaatst op 3 juni 2019, 09:02 uur, door gonny van oudenallen

Gevonden in het Parool van 31 mei jl
Zafer Yurdakul maakt zich zorgen over het voortbestaan van broedplaatsen in de stad. In de peperdure onroerendgoedmarkt is de overheid daarbij hard nodig.

Zafer Yurdakul31 mei 2019, 14:29
De Modestraat in Amsterdam-Noord is een broedplaats waar ook Sweet 70 activiteiten organiseert om ouderen uit hun isolement te halen. 
Amsterdam wordt drukker en groter. De ruimte is er schaars. De prijzen van vastgoed rijzen de pan uit en elke vrije vierkante meter wordt opgeëist. Zowel de lage inkomensgroepen als (startende) kunstenaars en creatieve onder­nemers – mensen die waarde toevoegen en de stad aantrekkelijk maken – vinden steeds moeilijker een plek in de stad.


Die plekken zijn er nu nog wel. Zoals de zeventien gebouwen die wij, Stichting Urban Resort, beheren. We bieden kunstenaars en andere creatieve professionals broedplaatsplekken om te werken en vrijuit te experimenteren. Plekken waar de huur laag is en de betrokkenheid groot.

Waar ruimte is om met elkaar samen te werken en verschillende activiteiten te organiseren, spontaan de buren op de koffie te vragen, maar waar ook de rust is voor geconcentreerd monnikenwerk. En waar Amsterdammers samenleven met nieuwe Amsterdammers. Samen houden we op die manier de stad toegankelijk en divers.

 
Veel van de panden die wij beheren en waar wij programmeren en die van andere broedplaatsen dreigen echter de komende vijf jaar te verdwijnen. De broedplaatsen die nu worden neergezet, vind je bijna uitsluitend in trans­formatie­gebieden en voor een korte periode. Daarna verdwijnen ze uit beeld.

Amsterdam heeft het nieuwe broedplaatsenbeleid voor de komende drie jaar vastgelegd. Het staat vol prachtige ambities: meer aandacht én budget voor behoud en uitbreiding van broedplaatsen in de stad. De gemeente hecht aan deze plekken om de diversiteit van de stad te herbergen en uit te dragen.

Prachtige ambities
We zijn enorm blij dat het nieuwe college het belang voor de stad van plekken waar gewerkt en geëxperimenteerd kan worden inziet en deze steunt. Toch maken we ons zorgen. Want een mooi broedplaatsbeleid is één ding, het gemeentelijk vastgoedbeleid is wat anders.

Het broedplaatsbeleid is onlosmakelijk verbonden met een strategische visie op gemeentelijk vastgoed. En die combinatie komt in de broedplaatsvisie slechts oppervlakkig langs. De vraag is hoe er nog betaalbare vrije werkplekken voor de lange termijn kunnen worden gerealiseerd in een peperdure onroerendgoedmarkt.

Wij, ontwikkelaars van broedplaatsen, kunnen in deze markt niets meer verwerven: de prijzen zijn simpelweg te hoog. Het beschikbaar stellen van cultureel en maatschappelijk vastgoed kun je niet aan de markt overlaten. En de tijd dringt. Actief gemeentelijk beleid op dit terrein moet niet nog langer op zich laten wachten.

Een gebundelde inspanning vanuit creatieve en maatschappelijke milieus in samenwerking met de gemeente Amsterdam, woningbouwcorporaties en particuliere vastgoedbedrijven is essentieel om het schreeuwende tekort aan woon- en werkruimte voor de vernieuwers aan te pakken.

Culturele waarde
Europese wet- en regelgeving vormt ook een struikelblok als het gaat om verhuur en verkoop van gemeentelijk vastgoed: verkoop moet tegen een ‘marktconforme prijs’, verhuur tegen kostprijs. Maar waarom mag de overheid binnen de huidige wetgeving wel de onderwijshuis­vesting voor honderd procent financieren, maar geldt dat niet voor de huisvesting van kunst en cultuur en andere maatschappelijke initiatieven?

Dus gemeente, neem de doelstellingen van het broedplaatsbeleid ook mee in het vastgoedbeleid. Het een kan niet zonder het ander. En bevries de verkoop van gemeentelijke panden en terreinen, om ruimte in de stad te behouden voor kwetsbare groepen en om maatschappelijke initiatieven, kunstenaars en creatieve professionals de ruimte te geven en voor de stad te behouden.

Mocht u toch tot verkoop van grond of gebouwen willen overgaan, kies dan voor partijen waarbij een zeer langdurige culturele of maatschappelijke bestemming verzekerd is. De culturele waarde van creatieve ruimte en de toegevoegde waarde die kunstenaars aan de stad geven, zijn immers niet in geld uit te drukken.